Begin juni stond ik op een warme middag in de schuur achter in de tuin, met mijn hand tegen de zijkant van onze losse vriezer. Die was gloeiend. De compressor sloeg aan, viel stil, sloeg weer aan. Buiten was het 27 graden, onder het dak van de schuur een flink stuk warmer.
Die vriezer komt uit 2013 en stond sinds we hier wonen in de schuur. Ik had nooit nagedacht over wat dat betekent. Een vriezer pompt warmte van binnen naar buiten, en hoe warmer het om hem heen is, hoe harder hij moet werken.
Wat de meetstekker liet zien
Ik zette de meetstekker tussen vriezer en stopcontact. In een warme week begin juni, met de schuur ’s middags rond de 30 graden, verbruikte hij 1,3 kWh per dag. Daarna hebben Jeroen en ik hem naar de trapkast verhuisd, waar het het hele jaar zo’n 18 tot 20 graden is. In de tweede helft van juni zat hij daar op 0,8 kWh per dag.
Eerlijk is eerlijk: over een heel jaar is het verschil kleiner. In de winter is het in de schuur juist koud en heeft een vriezer het daar makkelijk. Mijn voorzichtige schatting is 50 kWh per jaar, iets meer dan tien euro. Geen fortuin. Op het typeplaatje stond bovendien de klimaatklasse N-ST: gemaakt voor een omgeving tussen 16 en 38 graden. In de schuur zat hij ’s winters ruim onder die grens en op hete zomerdagen er net boven. En bij vorst door de tuin lopen voor een zak spinazie was nooit een succes.
De plek: let op de achterkant
De trapkast heeft één nadeel: het is een kast. De warmte die de vriezer kwijt moet, blijft hangen als de deur dicht is. Jeroen zette onder en boven in de deur een ventilatierooster (samen € 9) en de vriezer staat een hand breed van de muur. Met een thermometertje in de kast zie ik dat het er met de deur dicht een graad of twee warmer wordt dan in de gang. Meer niet.
Wat Milieu Centraal ook afraadt: een vriezer naast de cv-ketel, naast de oven of in de volle zon. Onze ketel hangt op zolder, dus dat probleem hadden we niet.
IJslaag, temperatuur en vulling
- Ontdooien. De verhuizing was een mooi moment om hem helemaal leeg te halen. Bovenin zat bijna een centimeter ijs. IJs isoleert, waardoor de vriezer harder moet werken. De vuistregel die ik overal tegenkwam: ontdooien zodra de laag een halve centimeter dik is. De inhoud ging zolang in twee koelboxen, en na anderhalf uur met een pan heet water erin was hij schoon.
- Temperatuur. Hij stond op de koudste stand. Met een thermometer tussen de zakken mat ik min 24. Min achttien is genoeg, en elke graad kouder kost een paar procent extra stroom. Hij staat nu een stand hoger en zit op min 19.
- Vol houden. Een volle vriezer houdt zijn kou beter vast als de deur opengaat. Lege laden vul ik met flessen kraanwater en koelelementen. Op het verbruik scheelt dat weinig, maar het helpt als de stroom eens uitvalt.
- Het rubber. Klem een velletje papier tussen de deur. Trekt het er zonder weerstand uit, dan sluit de deur niet goed. Bij ons zat hij nog prima.
Jeroen vond trouwens dat de vriezer helemaal weg kon. ‘We hebben er toch een in de koelkast?’ Maar met vier mensen, een weekmenu en hopelijk straks een berg courgettes uit de moestuinbakken wil ik hem houden. De koel-vriescombinatie in de keuken komt uit 2009. Die is een volgende keer aan de beurt.




